Helpt het dyslexie lettertype?

Geplaatst op

Op donderdag 3 mei stond in De Telegraaf een bericht over het Dyslexie Font. Namens het NKD heeft Elise de Bree, secretaris van de Wetenschappelijke Adviesraad Dyslexie (WARD) de onderstaande reactie op dit bericht geschreven:

In het artikel ‘Lettertype voor leesgemak’ (Telegraaf 3 mei 2018) werd het succesverhaal van het bedrijf Dyslexie Font besproken. Het lettertype dat door dit bedrijf wordt verkocht, zou het lezen vergemakkelijken. Het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie juicht het toe dat er gezocht wordt naar manieren om zwakke lezers en mensen met dyslexie te ondersteunen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het specifieke lettertype van Dyslexie Font werkt.
Een positief effect van een lettertype kan zichtbaar zijn in de leesbeleving van lezers. Mensen kunnen meer plezier krijgen in het lezen doordat het lettertype prettiger voor hen is. Het kan ook zichtbaar zijn in het lezen zelf. Het aantal fouten neemt af en het lezen gaat sneller. Er zijn geen aanwijzingen dat het lettertype van Dyslexie Font bijdraagt aan één van deze onderdelen van het lezen.

Leesbeleving

Al in 2012 toonde een onderzoek aan dat minder dan een derde van een groep Nederlandstalige kinderen met dyslexie een duidelijke voorkeur had voor het lezen in het lettertype van Dyslexie Font dan in het lettertype Arial (Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2, p.26-28), terwijl de helft van de kinderen een duidelijke voorkeur had voor het lettertype Arial. Er is dus geen onderbouwing voor de aanname dat de leesbeleving toeneemt door het lettertype van Dyslexie Font.

Foutloos en snel lezen

Er zijn ook geen aanwijzingen dat het lettertype de leesaccuratesse en de leessnelheid verbetert. In de studie uit 2012 gingen kinderen met dyslexie niet sneller lezen als ze teksten moesten lezen in het Dyslexie Font dan in Arial. Het lezen in Arial ging juist iets beter. Een onderzoek uit 2016 met Engelstalige kinderen liet zien dat lezers met het Dyslexie Font alleen wat sneller gingen lezen omdat de afstand tussen de letters iets groter was, zodra Arial diezelfde afstand kreeg, leverde het Dyslexie Font geen voordeel meer op (Dyslexia, 22, pp.233-244). Het lezen ging dus niet beter door de vorm van de letters, maar  doordat de afstand tussen de letters groter was. Die afstand kan bij elk lettertype worden aangepast.

Conclusie

Deze resultaten over het Dyslexie Font passen binnen het beeld dat wordt gevonden in andere onderzoeken. Speciale lettertypen helpen het lezen niet méér dan al bestaande standaard lettertypen. De afstand tussen letters helpt bij sommige mensen met dyslexie om beter of sneller te lezen, maar ook dat is niet altijd het geval (zie bijvoorbeeld Journal of Experimental Child Psychology, 2017, 164, pp.101-116).

Het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie pleit voor het gebruiken van een niet-cursief lettertype zonder versieringen, van lettergroottes van 12 of 14 en van voldoende afstanden tussen letters, woorden en tekstregels.

Bron: website NKD

5 misvattingen over lezen met dyslexiesoftware

Geplaatst op

Geen bewijs dat een bril met gekleurde glazen helpt tegen dyslexie

Geplaatst op

Er is geen bewijs dat een bril met gekleurde glazen helpt tegen dyslexie. Dit meldt het Masterplan Dyslexie.

Eén keer in de zoveel tijd duiken ze op: berichten over de Xlens, een speciale bril met gekleurde glazen en bepaalde filterkarakteristieken. Volgens de firma Xlens heeft 60% van de dyslectici er baat bij. Hoogleraren Ben Maassen en Aryan van de Leij zijn sceptisch, evenals het Masterplan Dyslexie: er is geen bewijs dat een bril met gekleurde glazen helpt tegen dyslexie.

In de Protocollen Leesproblemen en Dyslexie van het Masterplan wordt de misvatting waarbij afwijkende oogbewegingen worden gezien als de oorzaak van dyslexie als volgt besproken:

Een andere term die soms gehanteerd wordt om dyslexie aan te duiden is ‘woordblindheid’. Hiermee wordt de suggestie gewekt dat dyslexie iets te maken heeft met het visueel vermogen. Dit is niet het geval. Tijdens het lezen bewegen de ogen van links naar rechts, maken ze sprongen terug en blijven ze enige tijd gefixeerd op moeilijke woorden. Elke lezer maakt van deze oogbewegingen, maar bij dyslectici zien die bewegingen er iets anders uit. Zij kijken vaker terug in de tekst, fixeren hun ogen vaker op bepaalde – voor hen moeilijke – woorden en de fixaties duren gemiddeld langer dan bij gemiddelde lezers. Deze afwijkende oogbewegingen zijn een gevolg van de leesproblemen van de dyslecticus en niet, zoals sommige oogartsen of optologen denken, de oorzaak.

Sommige kinderen hebben moeite met lezen, omdat ze hun ogen niet goed kunnen fixeren op een woord (de woorden ‘springen’ voor de ogen) of omdat ze hun ogen niet gecoördineerd over een regel kunnen bewegen. Deze kinderen hebben vaak last van hoofdpijn, prikkende ogen of ze zien sterretjes tijdens het lezen of televisiekijken. Om deze problemen op te lossen schrijven sommige oogartsen een prismabril of een bril met gekleurde glazen voor, die de oogspiercoördinatie zou moeten verbeteren. Een voorbeeld van speciale lenzen is Xlens. Xlens bestaat uit gekleurde lenzen met speciale filterkarakteristieken. Het is niet wetenschappelijk vastgesteld, dat kinderen daarmee hun leesproblemen kwijtraken. Er is geen verband aangetoond tussen waarnemingsproblemen en dyslexie. Wel kunnen deze twee problemen naast elkaar bestaan, net als dyslexie en ver- of bijziendheid naast elkaar kunnen voorkomen.

Als een kind problemen heeft met het herkennen van letters, moet altijd worden nagegaan of het wel goed kan zien. In geval van twijfel is een onderzoek en het eventueel aanmeten van een bril door een oogarts noodzakelijk. Is beperkt zicht niet de oorzaak van het leesprobleem, dan moet de leerling goed in de gaten worden gehouden en is adequate begeleiding nodig.

Om een zo hoog mogelijk niveau van functionele geletterdheid te bereiken, is een taakgerichte benadering noodzakelijk. De instructie moet dus gericht zijn op het oefenen van de vaardigheden die nodig zijn bij het lezen en spellen: lezen leer je vooral door te lezen, spellen door te spellen. De effecten van niet-taakgerichte werkwijzen of (hulp)middelen – zoals sensomotorische training, neurofeedback, kinesiologie, diëten, prismabrillen, brillen met gekleurde glazen en medicijnen – op lees- en spellingvaardigheid zijn niet aangetoond en deze werkwijzen worden dan ook sterk afgeraden.

Bron: Masterplan Dyslexie

Dwaalwegen binnen de dyslexie

Geplaatst op

De afgelopen jaren zijn er vele alternatieve middelen gekomen ter voorkoming, dan wel  ‘genezing’  van dyslexie.  Middelen waarvan geen enkel deugdelijk onderzoek aantoont dat ze effectief zijn in de behandeling van dyslexie. Hierbij een overzicht van de meest voorkomende  (bron: Leij, A. van der. (2016). Dit is dyslexie. Houten: Lannoo).

Gekleurde brillenglazen

Gekleurde brillenglazen zijn bedoeld om visuele stress te verminderen en de leessnelheid te vergroten. De visuele stress uit zich in hoofdpijn of pijn in de ogen van het licht dat gereflecteerd wordt door leesmateriaal. Dat dergelijke problemen bestaan is onomstreden, maar er is geen enkel bewijs dat het meer voorkomt bij kinderen met ernstige leesproblemen. De gekleurde brillenglazen kunnen dan ook daadwerkelijk zorgen voor vermindering van de hoofdpijn klachten of pijn in de ogen, maar hebben geen effect op leessnelheid. ‘Wetenschappelijk bewijs ondersteunt de claims niet dat visuele training, spieroefeningen, oogbewegingsoefeningen, visietherapie, prismaglazen, gekleurde lenzen en filterglazen effectief zijn in het direct of indirect behandelen van leerstoornissen.’ (Handler & Fierson, 2011).

Visolie

De aanbeveling aan ouders om kinderen visolie te geven is gebaseerd op de zogenaamde Oxford-Durham studie. De toewijzing van proefpersonen aan de visolie groep of de groep zonder visolie gebeurde niet op basis van leesproblemen, maar op basis van motorische problemen. Na 3 maanden werd er geen verschil waargenomen in motoriek tussen de  twee groepen.  Na het vergelijken van andere factoren werd er echter wel een verschil waargenomen in de lees-  en spellingontwikkeling. De proefpersonen in de visolie-groep gingen meer vooruit in lezen en spellen dan de andere groep. Maar wat zegt dit over visolie gebruik bij dyslectici? Daar ging de studie immers niet over.  Hiernaast bleek dat de spreiding tussen het lees- en spellingsniveau alleen maar groter werd, hetgeen inhoudt dat de proefpersonen met het hoogste leesniveau het meeste vooruit gingen en de zwakke lezers het minste profiteerden.  Visolie als remedie tegen dyslexie is dus uitgesloten.

‘Dyslexie’ lettertype

Er zijn diverse wetenschappelijke studies geweest waarin de effectiviteit van het ‘dyslexie’ lettertype is beoordeeld. ‘De algemene conclusie is dat er geen aanwijzingen zijn dat het lettertype “Dyslexie” tot betere leesprestaties leidt’ (steunpuntdyslexie.nl). Dat er leerlingen zijn die het lettertype positief waarderen is uiteraard mogelijk. Ieder heeft zijn eigen voorkeur als het om lettertypes gaat.

Beelddenkers

Het is opmerkelijk dat er ondanks enig empirisch bewijs, nog steeds heel wat aandacht wordt besteed aan dyslectische beelddenkers. Er bestaan als het ware twee soorten beelddenkers: natuurlijke en kunstmatige.

Natuurlijke beelddenkers ‘zien’ betekenisvolle beelden die min of meer automatisch worden opgeroepen door objecten, scénes of door gesproken of geschreven taal. Dat er dyslectici zijn die daar, net als niet-dyslectici, een talent voor hebben is duidelijk. Dat het er verhoudingsgewijs meer zouden zijn bij dyslectici, is onwaarschijnlijk.

Kunstmatige beelddenkers zouden meer gebaat zijn bij het aanleren van hele woorden of woordstukken in plaats van het verklanken per letter. De wetenschappelijke term hiervoor is orthografische compensatie. Dit is enkel een bewijs van variatie in leervermogen, maar is niet specifiek en exclusief voor dyslectici.